Een vochtgetal is alleen bruikbaar wanneer meetmethode, diepte, locatie, klimaat en acceptatiecriterium bekend zijn. Een oppervlaktemeter is vooral een zoekinstrument en geen universeel vrijgavebewijs.

Stel eerst de vraag vast

Onderzoek of het gaat om restvocht uit de bouw, vochttransport vanuit bodem of aangrenzende constructie, lekkage, condens of een combinatie. De meetstrategie voor vrijgave van een nieuwe betonvloer verschilt van onderzoek naar een bestaande schade.

Indicatief en kwantitatief

Elektrische oppervlaktemeters kunnen verschillen en verdachte zones lokaliseren, maar worden beïnvloed door materiaal, zouten, wapening en contact. Gebruik voor een kwantitatieve beslissing een overeengekomen methode die geschikt is voor de ondergrond. ASTM F2170 beschrijft relatieve-luchtvochtigheidsmeting met in-situproben in beton; resultaten gelden voor het meetmoment en de gemeten locaties.

Representatief meetplan

Neem buitenranden, dikke zones, gebieden zonder dampremmer, natte locaties en verschillende stortvakken mee. Stabiliseer het binnenklimaat zo veel mogelijk in de omstandigheden waarin de vloer zal functioneren. Noteer locatie, vloerdikte, meetdiepte, temperatuur, kalibratie en tijd.

Acceptatie hoort bij het systeem

De toelaatbare vochtconditie wordt bepaald door ondergrond, lijm, coating, primer of vloerbedekking als complete opbouw. Neem geen grenswaarde van een ander product of andere meetmethode over. Een lage waarde aan het oppervlak sluit een vochtgradiënt of latere herverdeling na afdekken niet uit.

Bij een afwijking

Wacht en droog beheerst, herstel de vochtbron, kies een aantoonbaar passend vochtbeheersingssysteem of wijzig de afwerking. Een primer is niet automatisch een vochtscherm. Leg besluit, metingen en productgoedkeuring schriftelijk vast.


Bronnen en status

Laatst inhoudelijk gecontroleerd: 8 augustus 2026.

ASTM-methoden zijn genoemd als technisch gedocumenteerde meetroutes; contractueel overeengekomen Nederlandse en productspecifieke eisen blijven leidend.